Ga naar:

De gegevensuitvraag voor deze kwaliteitsregistratie is als geheel getoetst aan de eisen van noodzakelijkheid, proportionaliteit en subsidiariteit zoals bedoeld in de WkkgzDe registratiecommissie gebruikt in haar werkwijze ook nadrukkelijk de noodzakelijkheid en proportionaliteits-eisen als uitgangspunt voor het onderhouden van de indicatoren en variabelensetsDe uitvraag is zo ingericht dat uitsluitend die gegevens worden verzameld die noodzakelijk zijn voor het realiseren van de primaire doelen van de registratie: het leren, verbeteren en ondersteunen van samen beslissen binnen de IC-zorg.

 

Alle te registreren items en hun beschrijving zijn terug te vinden in de datadictionary.
Een verantwoording van alle indicatoren en bijbehorende variabelen is ook te vinden in de verantwoordingstabel.

MDS (Master Data Set)

De Master Dataset (MDS) is onderdeel van de basis gegevensset van de stichting NICE en bevat variabelen die de demografie, opname en ontslaggegevens, fysiologie, redenen van opname en de ernst van ziekte in de eerste 24 uur van IC opname alsmede de uitkomstmaten IC- en ziekenhuissterfte en behandelduur beschrijven. Data uit de MDS wordt verder gebruikt om alle overige data over diverse IC-behandelingen en patiëntuitkomsten aan elkaar te koppelen en te duiden. Voor het beschrijven van de ernst van ziekte en de case-mix gecorrigeerde sterfte wordt gebruik gemaakt van een aantal prognostische modellen zoals APACHE II/IV en SAPS II. Er is een E-learning beschikbaar waarin de definities van de MDS variabelen worden toegelicht en het juist registreren geoefend kan worden aan de hand van casussen.

Alle IC’s in Nederland verzamelen van al hun ICopnamen tenminste de gegevens van de basis gegevensset. 

KIIC (Kwaliteitsindicatoren)

De kwaliteitsindicatoren (KIIC) zijn in 2006 opgesteld door de Nederlandse Vereniging voor Intensive Care (NVIC) en omvatte oorspronkelijk tien indicatoren: vier structuurindicatoren, vier procesindicatoren en één uitkomstindicator. In 2017 en opnieuw in 2023 heeft de registratiecommissie van de NVIC deze set kritisch geëvalueerd en herzien. Op basis van deze herzieningen is besloten om een slechts een selectie van de indicatoren te behouden, omdat deze het meest relevant en betrouwbaar bleken voor benchmarking en kwaliteitsverbetering. De huidige KIIC richt zich dan ook op de volgende indicatoren: verpleegkundige-patiënt ratio, gemiddelde bedbezettinggraad, het aantal dagen met 100% bedbezetting, IC-behandelduur en beademingsduur.

SOFA (Sequential Organ Failure Assessment)

De Sequential Organ Failure Assessment (SOFA) is een dagelijkse dataverzameling voor het registreren van orgaanfalen. Dagelijks worden voor zes orgaansystemen één of meerdere fysiologische parameters geregistreerd waarmee het slecht functioneren of falen van een orgaan wordt vastgesteld. De definities van de te verzamelen variabelen worden toegelicht in de SOFA E-learning. 

Complicaties

De registratie van complicaties omvat vier complicaties die zijn vastgesteld door de registratiecommissie van de Nederlandse Vereniging voor Intensive Care (NVIC): pneumothorax, lijnsepsis, re-intubatie en delirium. Deze registratie is bedoeld om inzicht te geven in de frequentie van deze complicaties op Nederlandse intensive care-afdelingen, met als doel het signaleren van aandachtspunten en het ondersteunen van gerichte kwaliteitsverbetering. 

Discussiebijeenkomst

Onze jaarlijkse discussiebijeenkomst biedt waardevolle inzichten om de kwaliteit van IC-zorg verder te verbeteren.

Inschrijving geopend: Discussiebijeenkomst 2026

NICE2Improve

Met NICE2Improve bieden we IC-professionals aan de hand van actiegerichte indicatoren en een toolbox voor verbeteractiviteiten handvatten om verbeterinitiatieven op te starten en zo de kwaliteit van zorg te verbeteren. De actiegerichte indicatoren zijn of worden ontwikkeld voor de deelgebieden pijnmanagement, beademing, medicatieveiligheid, decubitus, delirium en bloed. Bij de terugkoppeling van de actiegerichte indicatoren op een online dashboard ontvangt de betreffende IC niet alleen de resultaten, maar ook geavanceerde analysemogelijkheden en benchmarking met andere IC’s.

 

Voor de nieuwe deelgebieden neemt een kleine groep deelnemers als ‘frontrunners’ deel aan de PLUS-gegevensset om na te gaan of data voor die deelgebieden betrouwbaar uit de routinematig verzamelde zorgdata kan worden geëxtraheerd en of er praktijkvariatie is. IC’s die momenteel deelnemen aan de PLUS-gegevensset zijn:

  • Amsterdam UMC, locatie AMC
  • Antoni van Leeuwenhoek
  • Albert Schweitzer ziekenhuis
  • Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis
  • Haga Ziekenhuis
  • Isala
  • Jeroen Bosch Ziekenhuis
  • Maasstad Ziekenhuis
  • Martini Ziekenhuis
  • Utrecht UMC
  • Zuyderland

Meer informatie over NICE2Improve vindt u op onze aparte pagina over NICE2Improve. Aanvullende informatie over onder andere de definities, veldnamen en geldige waarden kunt u vinden in de data dictionary. 

Capaciteit

De registratie van capaciteit beoogt het inzichtelijk maken van de verpleegkundige werklast waardoor verpleegkundigen efficiënter ingezet kunnen worden. De V&VN Intensive Care en de stichting NICE hebben gezamenlijk een opzet gemaakt voor de capaciteit welke is opgebouwd uit een combinatie van de reeds bestaande registratiesystematiek van de Nursing Activities Scores (NAS) uit 2003 en het Therapeutic Intervention Scoring System 76 (TISS-76) uit 1983, aangevuld met vier extra variabelen ten behoeve van de Nederlandse situatie. Er is een E-learning beschikbaar waarin de definities van de te registreren variabelen voor de capaciteit worden toegelicht. 

Frequently Asked Questions

Goed om te weten

Hiernaast vindt u een selectie van de meest gestelde vragen en hun antwoorden over onze producten, services, en hoe te registreren. Voor meer vragen ga naar de FAQ pagina via de knop hieronder.

FAQ’s

In het geval dat de patiënt enkel voor de intubatie (onder gecontroleerde omstandigheden) naar de OK gegaan is of in geval van afgeblazen operatie waarbij de patiënt zonder operatieve verrichting van de OK naar de IC komt (bijvoorbeeld na allergische reactie tijdens inductie, incomplete documentatie, onverwachte tekort aan personeel of materiaal et cetera), negeren wij de OK als herkomst en registreren de afdeling voorafgaand aan de OK als herkomst.

Van elke patiënt die op de ICU wordt opgenomen, ongeacht de behandelduur, moet alle beschikbare informatie ingevuld worden. Als de informatie niet gedurende de IC opname beschikbaar is (bijvoorbeeld een bilirubine uitslag) dan wordt de betreffende variabele leeggelaten. Er wordt nooit lab alleen ten behoeve van de NICE afgenomen. Indien een patiënt op de IC overlijdt dan is de minimale bloeddruk en hartfrequentie etc. NIET gelijk aan 0. Binnen de NICE registratie worden alleen waarden die daadwerkelijk door de verpleegkundige op de IC lijst worden genoteerd meegenomen bij het scoren van een patiënt. Een IC verpleegkundige registreert meestal als laatste bloeddruk een waarde van bijvoorbeeld 40/20 en een hartfrequentie van 30. Deze waarden worden dan gescoord.

Het gaat bij beademing bij opname om de intentie, waarbij een richttijd van 15 minuten geldt, maar waar best een periode van 30 minuten gehanteerd mag worden. De 15 minuten zijn expliciet benoemd om te zorgen dat we ook de geeffectueerde beademing binnen eerste 30 minuten mee kunnen nemen. Voorbeelden:

  1. Wordt een patiënt opgenomen met de intentie om beademd te worden (al dan niet invasief) en is dat inderdaad binnen 15 tot max 30 minuten geëffectueerd? Scoor “ja” bij “mechanische ventilatie bij IC opname”.
  2. Wordt een patiënt opgenomen met de intentie om beademd te worden (al dan niet invasief), maar om bepaalde redenen duurt dit langer dan circa 30 minuten? Dan is de patiënt bij opname niet beademend en dient men “nee” te scoren bij “mechanische ventilatie bij IC opname”.
  3. Wordt een patiënt opgenomen, zonder de intentie om beademd te worden, maar om bepaalde redenen is de patiënt toch in het eerste half uur beademd, dient men “ja” te scoren bij “mechanische ventilatie bij IC opname”.